Beregoede reis

Ons motto is “PLUK DE DAG” en dus hebben we opnieuw een prachtige reis gemaakt door Canada en een stukje van Alaska.
Kregen we de vorige keer de allergrootste camper mee, dit keer stond er een veel kleinere maar splinternieuwe klaar.

Veel comfortabeler om in te rijden maar s’avonds een beetje aan de krappe kant. Dat betekende telkens langs elkaar heen manoeuvreren of geduldig op de ander wachten en elke avond de lege koffers van de achterbank naar de voorstoelen verhuizen. Dan diezelfde bank om toveren in een soort van bed. Dat bed zag er niet echt comfortabel uit en de eerste avond vreesde ik het ergste voor mijn rug. Het viel gelukkig reuze mee en zelfs al was het een spijkerbed geweest, ik was vaak zo moe dat ik overal doorheen sliep. Als ik toch thuis ook eens zo goed zou kunnen slapen!
De douche/toiletruimte was groot genoeg voor een dwerg maar zelfs Simon met zijn 1.88 lukte het om zich er in op te vouwen. Alles wat je primair nodig had was aan boord. Een keukenblok, gaspitten, een koelkast en natuurlijk een, wat ons betreft overbodige tv. Best een luxe allemaal als ik terug denk aan al de jaren dat we op de motorfiets met een klein tentje door Europa reisden. Dus niets te klagen.

Naast het opnieuw genieten van de prachtige natuur, de hoge bergen en grote meren ging ik vooral om beren te spotten en er zo mogelijk te fotograferen. In 2017 hadden we er immers geen één gezien. Vrienden en bekenden had ik gewaarschuwd dat ik deze keer niet eerder terug zou komen voordat ik er minstens één had gezien.
Bij het zien van de eerste beer ging ik dan ook helemaal uit mijn dak.


In totaal hebben we er wel elf gezien. Zowel zwarte beren als grizzly’s. Nu weet ik dat je aan de kleur alleen niet kunt zien welk van de twee je voor je hebt. Groot dan kan het een grizzly zijn maar het geeft geen zekerheid. De vorm van de kop, de grote van de nagels aan de poten en wel of geen bobbel tussen de schouderbladen, daar moet je naar kijken.

Ook aan elanden geen gebrek. Het meest ontroerend was een vrouwtje met twee heel kleine elandjes die we in de verte, midden op de weg zagen staan. Zo ver dat we eerst nog grapten dat er een beer op een fiets aankwam. Ik kon nog net op tijd een foto maken vanachter de ruit van de rijdende camper. Moeder Eland stuurde als de wiedeweerga haar kinders het dichte bos in en snelde er zelf achteraan.  De foto is helaas niet echt scherp maar dit bijzondere plaatje heb ik voor altijd op mijn eigen harde schijf opgeslagen.

In Canada moet je veel kilometers maken wil je ergens komen. Als je, zoals wij, ook nog een stukje van Alaska wilt zien is het een flinke uitdaging.
Na drie weken en zo’n 5000 km  waren we dan ook redelijk uitgeteld. Niet alleen van het rijden maar ook van al het moois wat we onderweg zagen.
Onderweg moest ik vaak denken aan de eerste reis in 2017 toen ik nog maar net een beetje hersteld was van mijn tweede CRS-HYPEC. Het was maar goed dat we toen zo’n hele grote camper hadden. Ik denk niet dat ik het volgehouden had in de kleine camper die we deze keer mee hadden. Gewoon veel meer gedoe en niet makkelijk om even snel een dutje te doen of aan een goede tafel te zitten. Misschien denk je “dan ga je toch lekker buiten zitten”. Picknictafels genoeg op de campsites maar ook heel veel, gemeen stekende muggen.

Hoewel ik nu in veel betere conditie ben kan ik na deze trip niet meer ontkennen dat ik veel minder aan kan dan een aantal jaren geleden.
Dat gevoel van er opeens helemaal doorheen zitten, ik denk niet dat het ooit nog over gaat.

Ik schrijf dit blogbericht terwijl we in de tuin van mijn neef en zijn vrouw,  net over de grens van Canada een beetje bij komen van alle belevenissen.
Een paar daagjes uitrusten voordat we weer terug vliegen naar Nederland. Wat heerlijk dat we hier altijd meer dan welkom zijn. En natuurlijk worden we worden we weer ontzettend verwent.

Thank you Leo and Kathy!

In mijn mailbox vind ik een bericht van de Maarten van de Weijden Foundation. Over 11 dagen de start van de 11stedenzwemtocht.
Help, we moet eerst nog bijna tien uur in het vliegtuig zitten! En dan nog zien in het juiste ritme te komen. Het is hier ochtend maar thuis is het avond. En ik heb ook maar een keer kunnen zwemmen in de afgelopen weken. De eerste keer dat ik dat van plan was kwam er ineens een bever voorbij zwemmen. Brrr wat een engerd was dat. Meren genoeg hier dus toen ik het echt niet meer kon weerstaan en de boventemperatuur opeens redelijk hoog was ben ik er ingedoken. Dat was nog eens echt ‘COOL’. Niet alleen omdat het water natuurlijk nogal koud was maar zwemmen in zulk helder water en tussen de bergen die erin spiegelen is een geweldige ervaring. Na die ene keer was het helaas echt veel te koud.

Het is niet dat ik bang ben dat ik die (maar)twee kilometer in Stavoren straks niet haal maar ik wil het natuurlijk wel in een redelijke tijd doen. Misschien heb ik wel zo’n zin om eindelijk in het kielzog van Maarten te kunnen zwemmen dat het allemaal heel makkelijk gaat. En anders heb ik altijd nog dat hele snelle pak wat klaar ligt.

Even checken hoeveel donaties ik inmiddels binnen heb. Mooi, mijn streefbedrag is binnen.
Ik heb begrepen dat er in Nederland op dit moment in het nieuws flink aandacht wordt besteed aan de tocht van Maarten. Zullen we samen nog een poging doen om nog wat meer binnen te halen? Vraag vrienden en kennissen om alsnog te doneren via mijn actiepagina.
Ook als Maarten al aan het zwemmen is blijft dat mogelijk.

Doneren via mijn actiepagina bij de Maarten van de Weijden Foundation? Klik op de foto.

Morgen stappen we in het vliegtuig en op 22 juni ga ik jetlag of niet met hopelijk 2000 anderen achter Maarten aan als hij Stavoren passeert. Wil je ook meezwemmen, er is nog plaats.